Toepassing

Dagelijks gebruik je veel producten die van plastic zijn gemaakt. Plastic zit in producten als je telefoon, speelgoed, de behuizing van de televisie en verpakkingsmateriaal. Ook rioleringsbuizen en regenkleding zijn vaak van plastic gemaakt. Voor al die producten zijn er ook verschillende soorten plastic. Zo zijn er harde plastics, zachte plastics, doorzichtige plastics of juist met kleur, of plastics met speciale eigenschappen zoals plastics waarin je eten kan bewaren, of waarvan speelgoed wordt gemaakt.

Veel gebruikte soorten plastic

ABS 
ABS (acrylonitril-butadieen-styreen) is een veelgebruikt hard plastic dat moeilijk te verbuigen is. Het wordt gebruikt in plastic onderdelen van telefoons, in speelgoed en huishoudelijke apparatuur zoals televisies.

PE, HDPE en LDPE
PE (polyetheen, wordt ook met de oudere term polyethyleen aangeduid) is een plastic dat wordt toegepast in allerlei producten. Afhankelijk van de uiteindelijke toepassing kan er onder andere HDPE en LDPE worden gemaakt. HDPE (hoge-dichtheid polyethyleen, ook afgekort als PE-HD) is een ondoorzichtig, dik materiaal en zit veel in speelgoed, shampooflessen, emmers en bijvoorbeeld flessen die vruchtensap bevatten. LDPE (lage-dichtheid polyethyleen, ook afgekort als PE-LD) is het broertje van HDPE. Zachte plastic producten zoals vershoudfolie, boodschappentassen en sommige knijpflessen zijn van LDPE gemaakt.

PA
PA (polyamide) is een plastic dat wordt gebruik om bijvoorbeeld babyflessen van te maken.

PC
PC (polycarbonaat) is een sterk en doorzichtig plastic. Van PC worden verschillende producten gemaakt, zoals dvd’s, mobiele telefoons en drinkflessen. PC kan bisfenol A (BPA) bevatten.

PES
PES (polyethersulfon) is net als PC een sterk en doorzichtig plastic. Het wordt vaak als vervanger van PC gebruikt. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor babyflessen. Voor de productie van PES kan bisfenol S (BPS) worden gebruikt. Over BPS is veel minder bekend dan over BPA omdat deze minder goed is onderzocht. Echter, verschillende Europese wetenschappelijke comités hebben aangegeven dat ze verwachten dat BPS vergelijkbare schadelijke eigenschappen heeft als BPA.

PET 
PET (polyethyleentereftalaat, ook afgekort als PETP) is een dun en vaak doorzichtig plastic waarvan de flessen van water en frisdranken gemaakt worden, de welbekende PET-flessen. PET wordt daarnaast ook gebruikt om textiel van te maken. Je vindt het bijvoorbeeld in regenkleding en fleecevesten en -dekens.

PLA
PLA (polymelkzuur) is een biologisch afbreekbaar plastic. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt als verpakkingsmateriaal voor voeding.

PP
PP (polypropeen of polypropyleen) is een hard maar wel flexibel plastic dat wordt gebruikt in plastic meubelen, rietjes, auto-onderdelen en jerrycans. Ook babyflesjes en broodtrommels worden vaak van dit materiaal gemaakt.

PS
PS (polystyreen ofwel piepschuim) is een lichtgewicht plastic dat goed isoleert en waterafstotend is. PS wordt onder andere toegepast in verpakkingsmateriaal en isolatiemateriaal, maar ook bijvoorbeeld in sommige wegwerpbekertjes.

PVC
PVC (polyvinylchloride) is een plastic dat wordt gebruikt ter vervanging van hout en beton. PVC is een goedkope en gemakkelijk bewerkbare vorm van plastic. Ook opblaasbare zwembadjes, regenkleding en zacht plastic speelgoed, zoals poppen kunnen van PVC zijn gemaakt.

Additieven

Afhankelijk van het product worden er nog andere chemische stoffen aan plastic toegevoegd (additieven). Hierdoor krijg het plastic de eigenschappen waardoor deze geschikt wordt voor zijn toepassing. Voorbeelden van additieven zijn:

  • Weekmakers: deze zorgen ervoor dat het plastic soepeler wordt zoals bijvoorbeeld bij een tuinslang.
  • Blaasmiddelen: deze zorgen ervoor dat het plastic lichter wordt in gewicht. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt bij verpakkingsmiddelen.
  • Kleurstoffen: deze geven het plastic een kleur zoals bijvoorbeeld bij speelgoed.
  • UV-stabilisatoren: deze voorkomen verkleuring van het plastic door de zon en zorgen ervoor dat het zijn sterkte niet verliest.
  • Vlamvertragers: deze worden bijvoorbeeld in de behuizing van elektrische apparaten gebruikt. Ze zorgen er voor dat verspreiding van brand vertraagd wordt.
  • Biociden: dit zijn chemische stoffen die voorkomen dat het plastic wordt aangetast door schadelijke organismen (bijvoorbeeld schimmels en bacteriën).
  • Oplosmiddelen: deze worden gebruikt tijdens de productie van de plastics.

Sommige van deze additieven kunnen mogelijk een schadelijk effect hebben op de gezondheid. Echter, een groot deel van deze additieven in plastic zit vast in het plastic en zal er bijna niet uitkomen. Sommige additieven kunnen min of meer ‘los’ in het plastic zitten en kunnen mogelijk migreren. Dit betekent dat ze naar het oppervlak van het plastic kunnen bewegen en dat je er dan mee in aanraking kunt komen. Bijvoorbeeld doordat je het plastic aanraakt met je huid of doordat de stof terecht komt in het voedsel. Op basis van een risicobeoordeling kunnen specifieke migratielimieten worden vastgesteld voor bijvoorbeeld speelgoed en producten die in contact staan met voedsel zoals babyflesjes.

De mate waarin een stof migreert hangt van verschillende factoren af. Bijvoorbeeld van de temperatuur of zuurgraad. Of bijvoorbeeld van het vetgehalte van hetgeen wat verpakt is. Het is dan ook van belang om producten te gebruiken volgens de aanwijzingen van de producent.

Actuele stand van zaken

Wat zegt de wet?

Producten gemaakt van plastic moeten voldoen aan de Europese richtlijn Algemene productveiligheid (2001/95/EG). Dit houdt in dat producenten en importeurs verplicht zijn om ervoor te zorgen dat producten zijn voor consumenten bij . Daarnaast moeten de producten ook voldoen aan de REACH Verordening (1907/2006/EG) waarin het gebruik van chemische stoffen (bijvoorbeeld kleurstoffen als additieven in plastic) is vastgelegd.

Er is speciale regelgeving voor voedselcontactmaterialen. Dat zijn verpakkingsmaterialen voor levensmiddelen en gebruiksartikelen zoals bestek en keukenapparatuur. Die kunnen van plastic zijn en additieven bevatten die in het voedsel terecht kunnen komen. Er zijn Europese Verordeningen die eisen stellen aan voedselcontactmaterialen (1935/2004/EG) en richtlijnen bieden voor plastics in voedselcontactmaterialen (10/2011/EU). Deze zijn verwerkt in het Warenwetbesluit Verpakkingen en Gebruiksartikelen (WVG). &

Microplastics

Microplastics zijn plastic deeltjes die kleiner dan 5 millimeter zijn. Microplastics kunnen als ingrediënten in producten worden toegepast, bijvoorbeeld in persoonlijke verzorgingsproducten, schuurmiddelen en verf. Via het afvalwater komen de deeltjes in het oppervlaktewater terecht waardoor ze in de weefsels van bijvoorbeeld mosselen en vissen komen en vervolgens in de voedselketen. Momenteel is het niet bekend bij welke hoeveelheden microplastic er effecten op het ecosysteem ontstaan en welke mogelijke gevolgen het heeft voor onze gezondheid.

Kunststof identificatiecodes

De identificatiecode (nummer 1 t/m 7 in een driehoek van pijlen) geeft het type plastic aan, dat veel in verpakkingsmateriaal wordt gebruikt (zie onderstaande afbeelding). Er staat vaak ook een afkorting van de naam van het gebruikte plastic bij. Zo kan plastic in de afvalverwerking op de juiste wijze verzameld en vervolgens hergebruikt worden. Soms kan je op een product ook deze identificatiecode vinden.

Code 1 PET of PETE Code 2 HDPE of PE-HD
Code 1
PET of PETE
Code 2
HDPE of PE-HD
Code 3
PVC of V
Code 4
LDPE of PE-LD
Code 5
PP
Code 6
PS
Code 7
Overig of O

Risicotoelichting

Producten gemaakt van plastic zijn bij normaal gebruik veilig te gebruiken.