Relevant voor

Toepassing

Weekmakers zorgen ervoor dat plastic en rubber soepel en buigzaam zijn. Ftalaten zijn een bekend voorbeeld van weekmakers. Alle ftalaten zijn weekmakers, maar niet alle weekmakers zijn ftalaten. Er zijn ook andere weekmakers.
Ftalaten zitten in veel plastic en kunststofproducten. Denk onder andere aan (voedsel)verpakkingen, speelgoed, plakband, vinyl vloeren, elektrische snoeren, tuinslangen, opblaasbare voorwerpen, douchegordijnen, regenkleding, regenlaarzen en de plastic opdrukken op T-shirts. Ze zitten ook in andere (niet-plastic) producten, zoals nagellak en shampoo.

Actuele stand van zaken

Sommige ftalaten zijn hormoonverstorende stoffen. Uit onderzoek blijkt dat ze effecten kunnen hebben op de voortplantingsorganen en op het hormoonsysteem.”. Vanzelfsprekend kun je dan aan ‘hormoonverstorende stoffen’

In 1999 is er voor het eerst een Europees verbod gekomen op enkele ftalaten in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen, die bedoeld zijn om door kinderen jonger dan drie jaar in de mond te worden gestopt. Denk bijvoorbeeld aan fopspenen of bijtringen. Dit verbod geldt voor de ftalaten DINP, DEHP, DBP, DIDP, DNOP en BBP. Deze ftalaten mogen vanaf 1999 alleen nog in zeer lage hoeveelheden (<0,1 %) in zacht PVC zitten. De maximale waarde van 0,1% is zo laag dat een ftalaat niet meer werkt als een weekmaker.

In 2005 is het eerste Europees verbod uitgebreid naar speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen, ook als deze niet specifiek bedoeld zijn om door kinderen in de mond te worden gestopt. Dit verbod geldt ook voor speelgoed dat bedoeld is voor kinderen ouder dan 3 jaar:

  • DEHP, DBP en BBP mogen in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen alleen nog in een zeer lage hoeveelheid (<0,1%) worden gebruikt.
  • DINP, DIDP en DNOP mogen alleen in een zeer lage hoeveelheid (<0,1%) worden gebruikt in materiaal in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen dat door kinderen in de mond kan worden gestopt.

Andere ftalaten die bijvoorbeeld schadelijk voor de voorplanting zijn, mogen ook niet in speelgoed worden gebruikt in een hoeveelheid boven de 0,3%. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ftalaat DIBP sinds maart 2018.

Vanaf juli 2020 wordt het Europees verbod op ftalaten nog verder uitgebreid:

  • DEHP, DBP, BBP en DIBP mogen dan alleen nog in een zeer lage hoeveelheid (<0,1%) in producten worden gebruikt.
  • DIBP mag alleen nog in zeer lage hoeveelheid (≤0.1%) in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen worden gebruikt.

Voor de specifieke productgroepen speelgoed en kinderverzorgingsartikelen, geldt dat producten die voor het verbod zijn gemaakt, nog wel hogere hoeveelheden ftalaten kunnen bevatten.

Een aantal ftalaten staat op de lijst van ECHA waar zeer zorgwekkende stoffen op staan. Europese bedrijven mogen deze ftalaten alleen gebruiken als Europa hiervoor toestemming geeft. Dit kan alleen in producten zijn die buiten de geldende restricties vallen.

Risicotoelichting

Bij zijn producten met weekmakers erin omdat de concentraties waaraan je blootgesteld wordt over het algemeen laag zijn. Bij bepaalde doelgroepen, zoals bij zwangeren, baby’s, jonge kinderen en als je veel producten met weekmakers erin gebruikt, zou er een kunnen zijn door blootstelling aan ftalaten.

Sommige ftalaten hebben invloed op het hormoonsysteem. Dat is de reden dat het gebruik van deze stoffen beperkt wordt binnen Europa. In kwetsbare ontwikkelingsfasen, zoals bij zwangeren (de foetus), baby’s en bij jonge kinderen kan er meer risico zijn door blootstelling aan ftalaten.

Jonge kinderen sabbelen vaak op dingen en zo kunnen ftalaten in het speeksel oplossen. Zorg dat baby’s en jonge kinderen producten van zacht plastic die niet voor ze bedoeld zijn, dan ook niet in hun mond stoppen.

Het kan ook voorkomen dat je aan hogere concentraties van ftalaten blootgesteld wordt. Bijvoorbeeld als je veel verschillende producten gebruikt die deze stoffen bevatten. Blootstelling kan ontstaan door direct (huid)contact met producten die deze stoffen bevatten, maar ook bijvoorbeeld via huisstof. Het betekent niet dat je je meteen zorgen hoeft te maken.

Maak je je toch zorgen?

Als je je toch zorgen maakt over ftalaten, zijn er manieren om je blootstelling eraan te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door minder producten van zacht plastic te kopen. Regelmatig stofzuigen en je huis goed ventileren helpt ook.
Als je wilt weten of de ftalaten waar zorgen over bestaan voorkomen in een specifiek product, dan kun je dat navragen bij de leverancier van het product. Een leverancier is verplicht je die informatie binnen 45 dagen te geven zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.
Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van veilige weekmakers of alternatieve materialen, zoals ATBC, DINCH, DEHTP en TXIB. Dit zie je bijvoorbeeld in speelgoed, omdat daarin bepaalde ftalaten niet gebruikt mogen worden.