Relevant voor

Toepassing

Ftalaten zijn weekmakers. Ze zorgen ervoor dat plastic soepel en buigzaam is. Alle ftalaten zijn weekmakers, maar niet alle weekmakers zijn ftalaten. Er zijn ook andere weekmakers.

Ftalaten zitten in veel plastic en kunststofproducten. Denk onder andere aan (voedsel)verpakkingen, speelgoed, plakband, vinyl vloeren, elektrische snoeren, tuinslangen, opblaasbare voorwerpen, douchegordijnen, regenkleding en de plastic opdrukken op T-shirts. Er bestaan ook andere (niet-plastic) toepassingen, zoals nagellak en shampoo.

Actuele stand van zaken

Uit onderzoek blijkt dat sommige ftalaten effecten kunnen hebben op de voortplantingsorganen en op het hormoonsysteem. In 2005 is er een Europees verbod gekomen op enkele ftalaten (DEHP, DBP, BBP, DINP, DIDP en DNOP) in specifieke producten.

DEHP, DBP en BBP mogen in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen alleen nog in een zeer lage concentratie (<0,1%) worden gebruikt. DINP, DIDP en DNOP mogen alleen in een zeer lage concentratie (<0,1%) worden gebruikt in materiaal in speelgoed- en kinderverzorgingsartikelen dat door kinderen in de mond kan worden gestopt. De limietwaarde van 0,1% is zo laag dat een ftalaat niet meer werkt als een weekmaker.

Over een aantal ftalaten (DEHP, DBP, BBP en DIBP) is er discussie binnen Europa of het gebruik van deze stoffen ook in andere producten (verder) beperkt zou moeten worden, omdat ze mogelijk schadelijke effecten kunnen geven. De discussie hierover loopt nog en het is nog niet opgenomen in een Europese beperking. Ze mogen nu dus gewoon gebruikt worden.

Een aantal ftalaten staat op de lijst van ECHA waar zeer zorgwekkende stoffen op staan. Europese bedrijven mogen deze ftalaten alleen gebruiken als Europa hiervoor toestemming geeft.

Risicotoelichting

Bij zijn producten met ftalaten erin omdat de concentraties waaraan je blootgesteld wordt over het algemeen laag zijn. Bij bepaalde doelgroepen, zoals bij zwangeren, baby’s, jonge kinderen en veelgebruikers zou er een kunnen zijn door blootstelling aan ftalaten.

Sommige ftalaten hebben invloed op het hormoonsysteem. Dat is de reden dat er binnen Europa op dit moment discussie is of het gebruik van een aantal van deze stoffen verder ingeperkt zou moeten worden. In kwetsbare ontwikkelingsfasen, zoals bij zwangeren (de foetus), baby’s en bij jonge kinderen kan er meer risico zijn door blootstelling aan ftalaten.

Jonge kinderen sabbelen vaak op dingen en zo kunnen ftalaten in het speeksel oplossen. Zorg dat baby’s en jonge kinderen producten van zacht plastic die niet voor ze bedoeld zijn, dan ook niet in hun mond stoppen. Het kan voorkomen dat je aan hogere concentraties van ftalaten blootgesteld wordt. Bijvoorbeeld als je veel verschillende producten gebruikt die deze stoffen bevatten. Blootstelling kan ontstaan door direct (huid)contact met producten die deze stoffen bevatten, maar ook bijvoorbeeld via huisstof.

Het betekent niet dat je je meteen zorgen hoeft te maken. Als je je toch zorgen maakt over ftalaten, zijn er manieren om je blootstelling eraan te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door minder producten van zacht plastic te kopen. Regelmatig stofzuigen en je huis goed ventileren helpt ook.

Als je wilt weten of de ftalaten waar zorgen over bestaan voorkomen in een specifiek product, dan kun je dat navragen bij de leverancier van het product. Een leverancier is verplicht je die informatie binnen 45 dagen te geven zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.

Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van veilige weekmakers of alternatieve materialen, zoals ATBC, DINCH, DEHTP en TXIB. Dit zie je bijvoorbeeld in speelgoed, omdat daarin bepaalde ftalaten niet gebruikt mogen worden.