In het kort

Rubber is een rekbaar en veerkrachtig materiaal. Natuurrubber (latex) wordt gemaakt van vloeistoffen uit de rubberboom. Synthetisch rubber wordt gemaakt van aardolie. Aan rubber kunnen stoffen zijn toegevoegd, zoals en kleurstoffen. Sommige mensen zijn allergisch voor natuurrubber. Zij krijgen last van huiduitslag, jeuk, bultjes of geïrriteerde slijmvliezen.

Waarom zit deze stof in producten?

Rubber zit in veel verschillende producten, zoals banken, stoelen, kussens, matrassen, regenlaarzen, fietsbanden, elastiekjes, condooms, ballonnen en fopspenen

Natuurrubber

Natuurrubber (latex) is afkomstig uit de rubberboom Hevea Brasiliensis. In deze boom zit een witte, melkachtige vloeistof, een mengsel van rubberdeeltjes en eiwitten in water. Van deze vloeistof wordt natuurrubber gemaakt, vooral op rubberplantages in Azië. Ballonnen, elastiekjes, fopspenen, regenlaarzen en condooms kunnen gemaakt zijn van natuurlijk rubber.

Synthetisch rubber

Synthetisch rubber wordt gemaakt van aardolie. Synthetisch rubber is ontwikkeld in Europa als alternatief voor natuurrubber. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de productie van synthetisch rubber snel gegroeid, omdat de invoer van natuurrubber in die tijd stil kwam te liggen. In veel verschillende producten zit synthetisch rubber. Hieronder staan een paar soorten synthetisch rubber:

  • Schuimrubber: bestaat vaak uit synthetisch rubber, soms in combinatie met natuurrubber. Banken, stoelen, kussens en matrassen kunnen gemaakt zijn van schuimrubber.

  • Styreen Butadieen Rubber: is een synthetisch rubber, dat producenten (met natuurrubber) veel gebruiken voor het maken van autobanden. 

Natuurrubber is veel sterker dan synthetisch rubber, maar aan de andere kant veroudert het sneller. Het gevolg is dat er bijvoorbeeld stukjes rubber afbreken. Denk aan een oud elastiekje; dat is soms hard en brokkelig. Sommige producten zijn gemaakt van een mengsel van synthetisch rubber en natuurrubber. Dit is bijvoorbeeld het geval bij autobanden en matrassen.

Is deze stof veilig?

Producten met rubber zijn bij voor baby’s, kinderen en volwassenen. Sommige mensen zijn allergisch voor natuurrubber (latex). Zij hebben een en krijgen last van huiduitslag, jeuk, bultjes of geïrriteerde slijmvliezen. Als je een contactallergie voor natuurlijk rubber hebt, kun je beter kiezen voor een product gemaakt van synthetisch rubber, van hypoallergeen rubber of van een ander materiaal, bijvoorbeeld plastic.

Meer informatie

Wat zegt de wet over rubber/latex?

In de REACH Verordening (1907/2006/EG) is opgenomen dat er geen polycyclische koolwaterstoffen (PAKs) in consumentenproducten van rubber en plastic mogen zitten die mogelijk in contact komen met de huid. In de Speelgoedrichtlijn (2009/48/EC) is vastgelegd dat de chemische stoffen in speelgoed geen nadelige effecten op de gezondheid mogen hebben. Zo is vastgelegd dat er een maximale hoeveelheid nitrosamines en nitroseerbare stoffen uit speelgoed van rubber mag vrijkomen (migreren). Producten gemaakt van rubber moeten voldoen aan de Europese richtlijn Algemene productveiligheid (2001/95/EG). Dit betekent dat producenten en importeurs verplicht zijn om te zorgen dat producten bij normaal gebruik veilig zijn voor consumenten.

Rubberallergie

Sommige mensen zijn allergisch voor natuurrubber (latex). De eiwitten in natuurrubber van de Heveaboom kunnen een (huid)allergie veroorzaken. Handschoenen die gebruikt worden in de chirurgie zijn daarom bijvoorbeeld gemaakt van synthetisch rubber. De eiwitten waar mensen mogelijk allergisch voor zijn kunnen ook uit natuurrubber 'gewassen' worden. Zo ontstaat hypoallergeen rubber. Hypoallergeen rubber kan een alternatief zijn voor mensen met een latexallergie. Ook kan latex uit de Guayuleplant gewonnen worden. In latex uit deze plant zitten geen eiwitten die allergische reacties veroorzaken.

Additieven

Aan rubberen producten voegen producenten nog andere chemische stoffen ( ) toe. Deze chemische stoffen zorgen voor de eigenschappen die het product nodig heeft. Zowel natuurrubber als synthetisch rubber bevatten deze additieven. Enkele voorbeelden van additieven die producenten toevoegen aan rubber zijn:

  • Conserveermiddelen: dit zijn chemische stoffen die schade aan producten door organismen (bijvoorbeeld schimmels en bacteriën) tegengaan. 

  • : deze zorgen ervoor dat het rubber lichter van gewicht wordt. Producenten voegen het bijvoorbeeld toe aan matrassen.

  • Kleurstoffen: deze geven het rubberen product een bepaalde kleur.

  • UV-stabilisatoren: hierdoor kan rubber beter tegen zonlicht. 

  • Vulkaniseermiddel: door een chemische stof als zwavel toe te voegen wordt het rubber sterker en elastischer. is een onomkeerbaar proces. Daardoor kun je rubber/latex bijvoorbeeld niet smelten. Tijdens het vulkaniseren worden soms nitrosamines gevormd. Nitrosamines zijn kankerverwekkende stoffen. In de wetgeving is daarom voor veel producten vastgelegd hoeveel nitrosamines in een product mogen zitten.

  • Vulstoffen: deze geven een rubberen product meer stevigheid en maken het goedkoper. Silica en roet zijn veelgebruikte vulstoffen in rubberen producten.

  • Weekmakers: dit zijn olieachtige stoffen die het product bijvoorbeeld soepel maken.