Wat moet je weten?

Waarom zitten er chemische stoffen in speelgoed?

Alle chemische stoffen die in speelgoed zitten, hebben een functie. Bijvoorbeeld om het speelgoed stevig of juist flexibel te maken, of om het een mooie kleur te geven.

Aan welke eisen moet speelgoed voldoen?

Speelgoed moet binnen de Europese Unie aan strenge veiligheidseisen voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in de Europese Richtlijn Speelgoed (2009/48/EC). Ze zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat speelgoed geen gevaar vormt voor de gezondheid van kinderen.

De leeftijd van het kind is belangrijk voor de eisen waar het speelgoed aan moet voldoen. Baby's stoppen bijvoorbeeld speelgoed vaak in hun mond. Oudere kinderen doen dit meestal niet. Daarom mogen chemische stoffen maar in een bepaalde hoeveelheid in speelgoed voor kinderen jonger dan 3 jaar zitten. Dit geldt ook voor speelgoed dat bedoeld is voor in de mond te stoppen.

Nieuwe speelgoedregels in de Europese Unie

De Europese Unie heeft nieuwe regels gemaakt om speelgoed veiliger te maken. Het doel is om kinderen nog beter te beschermen, ook bij speelgoed dat online wordt gekocht.

In de nieuwe wetgeving worden nog meer gevaarlijke stoffen verboden. Het gaat onder andere om PFAS, hormoonverstorende stoffen (zoals bisfenolen), en stoffen die je huid kunnen irriteren. Dit helpt om kinderen beter te beschermen. Ook komt er een digitaal productpaspoort. Hierin staat veiligheidsinformatie om controles te verbeteren. Dit moet voorkomen dat onveilig speelgoed in Europa wordt verkocht.

Naar verwachting gaat de nieuwe wetgeving in de zomer van 2030 in. Tot die tijd hebben fabrikanten en producenten de tijd om hun producten aan te passen.

Waarom lees je op de verpakking van speelgoed niet altijd wat erin zit?

Als je speelgoed koopt, vind je soms op de verpakking informatie waarvan het gemaakt is. Maar meestal staat de samenstelling van het speelgoed en welke chemische stoffen erin zitten er niet precies op. Dit hoeft namelijk niet volgens de wet- en regelgeving. Producenten moeten alleen stoffen noemen die een kunnen vormen voor de gezondheid. Bijvoorbeeld stoffen waar je allergisch voor kunt zijn, zoals ( ) of stoffen die snel vlam kunnen vatten.

CE-markering

Al het speelgoed dat in Nederland en Europa wordt verkocht, moet een CE-markering hebben. CE staat voor Conformité Européenne. Met dit keurmerk laat de producent zien dat het speelgoed voldoet aan de Europese wetgeving en dat het genoeg is om verkocht te worden.

Batterijen in speelgoed

In speelgoed met elektronische onderdelen kan een batterij zitten. Batterijen kunnen gevaarlijk zijn. Als een batterij ingeslikt wordt, kan dit ernstige brandwonden in het lichaam veroorzaken. Een batterij kan ook gaan lekken. De chemische stoffen die dan vrijkomen, kunnen schadelijk zijn. Met name de vloeistof in alkalinebatterijen en zink-koolstofbatterijen. Daarom moet speelgoed met batterijen zo gemaakt worden dat alleen een volwassene het batterijklepje kan openen, bijvoorbeeld met een schroevendraaier of een muntstuk.

Voorzorgsmaatregelen

Op de verpakking van speelgoed staat voor welke leeftijd het geschikt is. Speelgoed voor baby’s moet aan andere regels voldoen dan speelgoed voor kleuters als het gaat om welke chemische stoffen erin mogen zitten en in welke hoeveelheid. Gebruik speelgoed daarom zoals het in de gebruiksaanwijzing of op de verpakking staat.

Ingrediënten

Chemische stoffen in speelgoed die vragen oproepen

Er zitten veel chemische stoffen in speelgoed die geen risico vormen voor de gezondheid of voor het milieu. Over de veiligheid van een kleine groep chemische stoffen in speelgoed is er echter discussie. De belangrijkste voorbeelden hiervan zijn:

  • Weekmakers (ftalaten): Weekmakers maken plastic zacht. In de wet staat hoeveel weekmakers in speelgoed mogen zitten. Zes soorten zijn verboden. Dit staat in de Europese Richtlijn Ftalaten in speelgoed en kinderverzorgingsartikelen (2005/84/EG) en in Nederland in de Warenwet.

  • Bisfenol A (BPA): Deze chemische stof kan in plastic en verf zitten. De Europese regels voor het gebruik van BPA in producten worden steeds strenger. Dit is om te voorkomen dat mensen te veel BPA binnenkrijgen.

  • Geurstoffen: Geurstoffen zitten soms in speelgoed, zoals ballonnen en poppen. Sommige mensen zijn gevoelig voor deze geurstoffen en kunnen er allergische reacties van krijgen, zoals eczeem, bultjes en jeuk.

  • Latex (natuurrubber): Ballonnen kunnen onder andere van latex gemaakt zijn. Sommige mensen zijn allergisch voor latex. Zij krijgen last van huiduitslag, jeuk, bultjes of geïrriteerde slijmvliezen. 

  • Nitrosamines: In onder andere ballonnen, slijm en vingerverf kunnen nitrosamines zitten. Deze kunnen ontstaan bij het maken van latex of doordat ze in grondstoffen zitten. Sommige nitrosamines kunnen kankerverwekkend zijn. Daarom gelden er strenge regels voor hoeveel nitrosamines en nitroseerbare stoffen uit speelgoed mag vrijkomen.

  • Kleurstoffen: Kleurstoffen zorgen er voor dat speelgoed een leuke kleur heeft. In de meeste soorten speelgoed, zoals kleurstoffen in plastic bouwblokken of kleurstoffen in ballonnen, zitten ze goed vast, zodat ze niet vrijkomen tijdens het spelen. Maar soms kunnen kleurstoffen in bijvoorbeeld knuffels, poppen en viltstiften wel allergische reacties geven.

  • : Conserveermiddelen, zoals isothiazolinonen (CMI/MI) en parabenen, zorgen er voor dat er geen bacteriën of schimmels in speelgoed als slijm en vingerverf gaan groeien. Sommige conserveermiddelen kunnen bij veel contact een allergie veroorzaken.

  • Formaldehyde: Formaldehyde kan voorkomen in bijvoorbeeld lijm gebruikt bij houten speelgoed of speelgoed gemaakt van spaanplaat, MDF, triplex of multiplex. Als je te veel formaldehyde inademt, kan dat schadelijk zijn voor je gezondheid. Ook kan formaldehyde leiden tot allergische reactie op de huid.

Tips

Lees het etiket

Lees voor gebruik altijd de verpakking en let op mogelijke waarschuwingen. Op de verpakking staat ook de gebruiksaanwijzing. Als je die volgt, weet je zeker dat je kind het speelgoed veilig kan gebruiken.

Wie vraagt, wordt wijzer

Wil je weten of een bepaalde chemische stof in een product zit, bijvoorbeeld omdat je kind allergisch is? Vraag dit dan na bij de producent.

Veilig speelgoed online kopen?

Veel mensen kopen speelgoed online. Dat is makkelijk en je hebt het speelgoed snel in huis. Let er wel op dat je koopt bij een webshop uit de EU. Zij moeten zich houden aan de Europese wetten en regels die gelden. Koop je online van een webshop buiten de EU, dan gelden er andere eisen voor speelgoed. Je weet dan niet hoe veilig het speelgoed is.

Informatie op het etiket

Keurmerken

Op het etiket kan je onderstaande keurmerken tegenkomen. Op de website van Milieu Centraal vind je een keurmerkenwijzer, met veel informatie over keurmerken.

  • Oeko-Tex Standard 100 is een wereldwijd test- en certificeringssysteem voor textiel. Producenten van producten waar textiel in zit kunnen hun textiel laten testen bij een gecertificeerd bedrijf om aan te tonen dat de textiel die verkocht gaat worden voldoet aan de criteria van Oeko-tex standard 100. De Oeko-tex standard 100 heeft lijsten met welke chemische stoffen wel en niet in het kledingstuk voor mogen komen en in welke concentratie. Zo wordt textiel getest op de aanwezigheid van verboden kleurstoffen, kankerverwekkende stoffen, stoffen die voor een allergie zouden kunnen zorgen, zware metalen, etc. Textiel met een Oeko-tex Standard 100-label geeft dus alleen informatie over de afwezigheid van bepaalde (concentraties van) chemische stoffen in het product dat je koopt. Het zegt niks over welke chemische stoffen gebruikt zijn in de productieketen.
  • FSC is het keurmerk voor duurzame bosbouwproducten. Om het keurmerk te mogen gebruiken, moeten producenten het product laten testen door een onafhankelijke organisatie. Producenten betalen voor het mogen gebruiken van het logo.
  • Het GS-keurmerk geeft aan dat de producent het product heeft laten testen op schadelijke stoffen bij keurmerkinstituut TÜV. Deze test is ter bevestiging dat het product veilig is.
  • Het TÜV-keurmerk geeft aan dat de producent het product heeft laten testen op schadelijke stoffen bij keurmerkinstituut TÜV. Deze test is ter bevestiging dat het product veilig is en voldoet aan de eisen die worden gesteld in wetgeving.
  • Producten en diensten die het ECO-label krijgen zijn minder belastend voor het milieu op het gebied van grondstoffen, energie, water, schadelijke stoffen, afval en verpakking. Met dit label probeert de EU consumenten en bedrijven bewuster te maken van hun consumptie en productie.

Beweringen en waarschuwingen

Op verpakkingen van speelgoed kunnen beweringen staan, zoals ‘weekmaker-vrij’, ‘PVC-vrij’, ‘vrij van parabenen’, ‘glutenvrij’ of ‘makkelijk uitwasbaar’. Dit zijn teksten die producenten zelf op de verpakking mogen zetten

Op het etiket van speelgoed kan je onderstaande symbolen tegenkomen:

  • CE-markering staat voor Conformité Européenne. Het is een merkteken waarmee een producent duidelijk maakt dat zijn product voldoet aan de Europese wetgeving rondom veiligheid, gezondheid, milieu en consumentenbescherming. Het product kan met succes een eventuele keuring doorstaan. Voor de meeste consumentenproducten is een keuring niet verplicht. Let wel op, sommige Chinese producenten verkopen producten met een CE-teken (China Export) dat lijkt op het Europese CE-teken. Meer informatie en de verschillen tussen de twee logo’s vind je op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

  • Op de verpakking van speelgoed dat niet bestemd is voor kinderen jonger dan 3 jaar, maar wel aantrekkelijk kan zijn voor kinderen jonger dan 3 jaar is een waarschuwing aangebracht. Bijvoorbeeld: ‘Niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden’ of ‘Niet geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar’, of je ziet dit logo erop staan. Is speelgoed duidelijk niet geschikt voor kinderen jongeren dan 3 jaar, dan hoeft dit er niet op te staan.

Bewaren en weggooien

Is je speelgoed nog goed, maar wil je het niet meer gebruiken? Dan kun je het doorgeven aan iemand anders of naar een kringloopwinkel brengen. Zo kunnen andere kinderen er ook plezier van hebben.

Gooi je het speelgoed weg, dan kan dat bij het restafval. Dit geldt alleen voor speelgoed zonder elektronica. Zit er wel elektronica in, volg dan de instructies in de gebruiksaanwijzing. Meer informatie over het weggooien van producten vind je op de website van Milieu Centraal.

Op het etiket van speelgoed kan je onderstaand symbool tegenkomen:

  • Dit symbool is het Grüne Punkt logo. De Grüne Punkt geeft aan dat er door de producent is meebetaald aan de verwerking van het afval dat het verpakkingsmateriaal met zich meebrengt. Het maakt deel uit van de Duitse wet. In Duitsland moet dit logo op verpakkingen van het product staan. Producenten van producten die in Nederland op de markt komen, moeten ook verantwoordelijkheid nemen voor de verwerking van het afval van verpakkingen maar er is geen logo aan gekoppeld.