Relevant voor

Toepassing

Chemische stoffen in consumentenproducten kunnen een hormoonverstorende werking hebben. Deze chemische stoffen noemen we en kunnen de hormoonhuishouding in je lichaam in de war brengen. Over hormoonverstorende stoffen wordt veel gezegd en geschreven. Het onderwerp komt ook regelmatig in het nieuws. Misschien wil je weten of die stoffen invloed hebben op de zwangerschap of op je baby? Lees dan deze informatie. We weten nog niet alles over hormoonverstorende stoffen. 

Wat zijn hormonen?

Om te begrijpen wat hormoonverstorende stoffen zijn, moet je eerst weten wat hormonen zijn. Hormonen zijn natuurlijke stoffen, die het lichaam zelf aanmaakt. Hormonen stromen via het bloed naar alle plekken in je lichaam en zorgen voor evenwicht. Zo is er een hormoon dat ervoor zorgt dat je niet teveel vocht vasthoudt, maar ook dat je niet uitdroogt. Een ander hormoon zorgt ervoor dat je steeds een goede hoeveelheid suiker in je bloed hebt. Hormonen regelen ook de eisprong en zwangerschapshormonen zorgen ervoor dat het hele lichaam weet dat je zwanger bent en regelen de zwangerschap. Verder geven bepaalde hormonen signalen aan bepaalde organen. Deze geven seintjes terug en door deze seintjes wordt de aanmaak van hormonen geregeld. Zo blijft het evenwicht in orde.

Wat zijn hormoonverstorende stoffen?

Een hormoonverstorende stof kan deze evenwichten in de war brengen. Ons lichaam kan heel wat schommelingen in deze evenwichten aan zonder dat er schadelijke gevolgen voor de gezondheid zijn. Het lichaam herstelt het evenwicht meestal goed. Een hormoonverstorende stof heeft dan geen hormoonverstorende werking. 

Zowel door de mens gemaakte als natuurlijke stoffen kunnen hormoonverstorend werken. Sommige van deze stoffen maken en gebruiken we bewust, bijvoorbeeld in medicijnen. Veel vrouwen slikken bijvoorbeeld “de pil”. De stoffen daarin verstoren de hormonen die de eisprong regelen. Ze zorgen ervoor dat je tijdelijk niet zwanger kunt worden. Dat is dus een gewenste verstoring van het evenwicht.

Andere chemische stoffen zijn niet speciaal gemaakt om het hormonale evenwicht te verstoren, maar kunnen wel die werking hebben. Ze zitten in producten om andere redenen. Bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat plastic niet te hard is (weekmakers) of om de verspreiding van vuur tegen te gaan (vlamvertragers).

De meeste stoffen die mogelijk een hormoonverstorende werking hebben, hebben een veel minder sterke werking dan onze eigen hormonen. De hoeveelheid die je van een hormoonverstorende stof binnenkrijgt, bepaalt daarom of die stof schadelijk is voor de gezondheid. Je kunt stoffen binnenkrijgen via de huid, maar ook via voedsel of door ze in te ademen. Voor zover bekend, krijg je bij van consumentenproducten niet te veel hormoonverstorende stoffen binnen. Maar we weten nog niet alles over hormoonverstoring en hormoonverstorende stoffen. Onderzoek daarnaar loopt en moet meer duidelijkheid gaan geven.

In welke consumentenproducten kunnen hormoonverstorende stoffen zitten? 

In veel consumentenproducten die je gebruikt kunnen kleine hoeveelheden hormoonverstorende stoffen zitten. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. De vraag is hoeveel van die stoffen vrijkomen uit die producten en hoeveel je vervolgens binnenkrijgt bij het gebruik van die producten.

Actuele stand van zaken

Nog niet alles is bekend over hormoonverstoring en hormoonverstorende stoffen. Het is lang onduidelijk geweest welke eigenschappen een chemische stof moet hebben om echt een hormoonverstorende stof te zijn. Het kost veel onderzoek om aan te tonen dat een mogelijke hormoonverstorende stof echt hormoonverstorend is.

Wat zegt de wet?

Volgens een aantal Europese wetten mag een chemische stof door producenten niet meer worden gebruikt, zodra is vastgesteld dat deze hormoonverstorend is. Dit geldt bijvoorbeeld voor hormoonverstorende stoffen in bestrijdingsmiddelen, maar niet automatisch voor hormoonverstorende stoffen in consumentenproducten. Vaak volgen er wel strengere regels voor het gebruik van deze stoffen in consumentenproducten. Er worden dan maximale hoeveelheden vastgesteld die nog in bepaalde consumentenproducten mogen zitten. Zo krijgen consumenten niet te veel hormoonverstorende stoffen binnen en worden kwetsbare groepen, zoals baby's en jonge kinderen, beschermd. 

Voorbeelden van hormoonverstorende stoffen

Nog maar van een klein aantal stoffen staat vast dat ze hormoonverstorend zijn. De volgende stoffen zijn bekende hormoonverstorende stoffen, of hebben mogelijk een hormoonverstorende werking:

  • Bisfenol A. Bisfenol A en andere bisfenolen worden gebruikt om kunststoffen mee te maken. Ze werken een beetje als het natuurlijke, vrouwelijk geslachtshormoon estrogeen, maar dan 10.000 tot 100.000 keer minder sterk. In Europa staat voor veel producten in de wet hoeveel bisfenol A maximaal vrij mag komen. Bisphenol A is in sommige producten, bijvoorbeeld in persoonlijke verzorgingsproducten, babyflessen en verpakkingen van babyvoeding, verboden. Meer informatie over Bisfenol A.
  • Parabenen. Parabenen zijn een groep chemische stoffen. Ze zitten vaak als conserveermiddelen in consumentenproducten. Het zijn mogelijk hormoonverstorende stoffen. Parabenen werken een beetje als het natuurlijke, vrouwelijk geslachtshormoon estrogeen, maar dan 1.000 tot 100.000 keer minder sterk. In de wet staan maximale hoeveelheden parabenen die producenten mogen gebruiken in consumentenproducten. Je krijgt weinig van deze parabenen binnen. Bepaalde parabenen, namelijk propylparabeen en butylparabeen, mogen niet worden gebruikt in producten die niet van de huid worden afgespoeld en die bestemd zijn voor kinderen onder de 3 jaar. Het gaat hier om bepaalde crèmes en lotions. Meer informatie over parabenen.
  • Ftalaten. Ftalaten zijn een groep van chemische stoffen. Het zijn weekmakers die ervoor zorgen dat plastic en rubber soepel en buigzaam zijn. Sommige ftalaten zijn hormoonverstorende stoffen. Een aantal ftalaten mag daarom nog maar in hele kleine hoeveelheden in bepaalde producten, zoals speelgoed, kinderverzorgingsproducten en kleding, zitten. Vanaf 2020 worden de regels voor het gebruik van ftalaten nog strenger. Meer informatie over ftalaten.

Wat zijn de mogelijke gezondheidseffecten?

Er worden veel gezondheidseffecten genoemd, die hormoonverstorende stoffen mogelijk veroorzaken. Voorbeelden hiervan zijn onvruchtbaarheid, aangeboren afwijkingen, overgewicht en hart- en vaatziekten. Het is niet duidelijk of al deze effecten ook echt door hormoonverstorende stoffen komen. Bij het ontstaan van ziekte spelen een heleboel factoren een rol. Zo hebben erfelijke aanleg, leefstijl en voedsel ook veel invloed op de gezondheid en het ontstaan van ziekten.

Risicotoelichting

Kunnen hormoonverstorende stoffen schadelijk zijn voor kleine kinderen?

Ongeborenen, baby’s en kinderen zijn volop in de groei. Dat kan ze extra gevoelig maken voor bepaalde chemische stoffen. Daarbij bepaalt de hoeveelheid van een stof die het kind binnenkrijgt of de stof schadelijk voor de gezondheid zal zijn. Er bestaat alleen een gezondheidsrisico als je kind te veel van één of meerdere hormoonverstorende stoffen binnenkrijgt. Voor zover bekend, krijgt een kind bij normaal gebruik van consumentenproducten niet te veel hormoonverstorende stoffen binnen.

Zijn hormoonverstorende stoffen schadelijk voor het ongeboren kind? 

Op dit moment is het advies om het binnenkrijgen van een hoge hoeveelheid mogelijk hormoonverstorende stoffen te voorkomen als je zwanger bent: ‘alles met mate’. Concreet betekent dat voor het gebruik van consumentenproducten:

  • Gebruik consumentenproducten volgens de gebruiksaanwijzing.

  • Vermijd situaties waarin je langdurig dezelfde stoffen binnen kunt krijgen, zoals het schoonmaken of schilderen van grote oppervlakten.