Wat moet je weten?

Waarom zitten er chemische stoffen in was- en reinigingsmiddelen?

Zonder chemische stoffen zouden was- en reinigingsmiddelen niet werken. Ze zijn bijvoorbeeld nodig om vet los te weken, vlekken te verwijderen en het product een frisse geur te geven. Ze verbeteren dus het product en ze hebben een duidelijke functie.

Aan welke eisen moeten was- en reinigingsmiddelen voldoen?

In de wet worden reinigingsmiddelen 'detergentia' genoemd. De Europese Detergentenverordening (648/2004/EG) geldt voor alle was- en reinigingsmiddelen en geldt in alle landen van de Europese Unie. De verordening stelt eisen voor het milieu ( van oppervlakteactieve stoffen) en eist dat bepaalde informatie op het etiket en/of op andere plaatsen beschikbaar moet zijn voor consumenten en professionele gebruikers.

Op de verpakking van was- en reinigingsmiddelen staat aangegeven welke ingrediënten in het product zitten. Vaak staat er niet de naam van de chemische stoffen zelf, maar worden stofcategorieën weergegeven, zoals , anionogene oppervlakteactieve stoffen, bleekmiddelen of alcoholen. De producent moet dan op een website vermelden welke chemische stoffen het product precies bevat. De website staat vermeld op het etiket. Als je precies wilt weten wat er in het product zit, kan je het daar opzoeken. Producenten moeten geurstoffen waarvan bekend is dat sommige mensen er allergisch voor zijn wel altijd op het etiket vermelden.

De Europese richtlijn Algemene productveiligheid (2001/95/EG) is een vangnet voor producten of eisen die niet zijn opgenomen in een productspecifieke richtlijn. In Nederland valt deze richtlijn onder de Warenwet. De richtlijn verplicht producenten en leveranciers om producten te verkopen die zijn voor iedereen. De richtlijn verplicht de producent ook om aan te geven hoe je een product veilig kan gebruiken.

In Nederland houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving door bedrijven.

Voorzorgsmaatregelen

Wees voorzichtig bij het gebruik van was- en reinigingsmiddelen. Meng de verschillende producten niet met elkaar, dat kan gevaarlijk zijn. Heb je kleine kinderen, houd de producten dan buiten hun bereik. Als je kind je graag helpt met de was of het schoonmaken, let dan extra goed op. Want op dat moment staan schoonmaakproducten vaak binnen handbereik.

Op de etiketten van veel was- en reinigingsmiddelen staan gevaarsymbolen, gevaaraanduidingen en voorzorgsmaatregelen. Deze geven aan of een product gevaarlijk is en in welke situatie dat zo is. Ook geven ze aan en wat je moet doen bij onjuist gebruik. Voor een veilig gebruik van was- en reinigingsmiddelen is het belangrijk dat je weet wat de symbolen betekenen en dat je de informatie op de etiketten leest én de producten op die manier gebruikt.

Ingrediënten

Chemische stoffen in was- en reinigingsmiddelen die vragen oproepen

In was- en reinigingsmiddelen zitten chemische stoffen die gevaarlijk kunnen zijn als je een product niet gebruikt zoals beschreven op de verpakking. Chemische stoffen die in veel was- en reinigingsmiddelen zitten zijn:

  • Natriumhydroxide: Natriumhydroxide wordt als gebruikt in was- en reinigingsmiddelen, zoals anti-schimmelmiddelen, bleek, hygiënische schoonmaakdoekjes en ontsmettingsmiddelen voor zwembadwater. In geconcentreerde vorm wordt het gebruikt in gootsteenontstopper. In deze geconcentreerde vorm is natriumhydroxide sterk bijtend en irriterend.

  • Bleekmiddelen: Voorbeelden van bleekmiddelen zijn chloor en waterstofperoxide. Regelmatige blootstelling kan geïrriteerde luchtwegen en/of ogen veroorzaken.

  • Oppervlakteactieve stoffen (of ): Dit zijn chemische stoffen die vettig vuil losweken, zodat het weggespoeld kan worden. Zeep is een voorbeeld van een anionogene oppervlakteactieve stof. Bij verkeerd gebruik, bijvoorbeeld als je deze stof veel en vaak op je huid krijgt, wordt het vettige laagje van je huid aangetast en kan je last krijgen van een droge, gevoelige huid.

  • Enzymen: Dit zijn chemische stoffen die lastige vlekken oplossen, zoals bijvoorbeeld vlekken die ontstaan door bloed, chocolade, sauzen, make-up of transpiratie. Enzymen kunnen allergische reacties veroorzaken.

  • Parfums: Dit zijn chemische stoffen die was- en reinigingsmiddelen hun frisse geur geven en zorgen dat je wasgoed, vaat en huis lekker ruiken na het wassen of schoonmaken. Ben je allergisch voor parfum? Kies dan voor producten zonder geurstoffen.

  • : Conserveermiddelen, zoals benzisothiazolinon (BIT), methylisothiazolionon en CMI/MI, zorgen er voor dat producten langer houdbaar zijn. Sommige mensen zijn gevoelig voor dit type conserveermiddelen en kunnen er allergische reacties van krijgen.

  • Oplosmiddelen/ontvetter: Als en/of ontvetter in bijvoorbeeld wasbenzine wordt een mengsel van vluchtige organische stoffen (VOS) en koolwaterstoffen gebruikt. Contact met de huid kan leiden tot eczeem.

Tips

Lees het etiket

Wees voorzichtig bij het gebruik van was- en reinigingsmiddelen. Lees voor gebruik altijd het etiket met de gevaarsymbolen en volg de voorzorgsmaatregelen op. Meng nooit verschillende was- en reinigingsmiddelen, dat kan gevaarlijk zijn.

Buiten bereik van kinderen houden

Houd was- en reinigingsmiddelen buiten bereik van kinderen.

Spray van je af

Bij was- en reinigingsmiddelen in een sprayflacon is het verstandig om zo min mogelijk de spray in te ademen. Spray altijd van je af en zorg ook dat je niet richting iemand anders sprayt.

Informatie op het etiket

Keurmerken

Op het etiket van was- en reinigingsmiddelen kan je vaak keurmerken tegenkomen. Zie de keurmerken hieronder voor meer informatie. Op de website van Milieu Centraal vind je een keurmerkenwijzer, met veel informatie over keurmerken.

  • Certified by Astma Allergi Danmark – ook bekend als ‘the blue label’– is een internationaal keurmerk en het betekent onder andere dat er in dit product geen chemische stoffen mogen zitten waarvoor relatief veel mensen allergisch zijn, zoals parfum en formaldehyde.

  • Het logo van het Charter voor duurzaam schoonmaken geeft aan dat de producent duurzaam onderneemt. Met aandacht voor duurzaamheid tijdens het maken van een product, tijdens het gebruik van een product en bij het weggooien van een product.

  • Producten en diensten die het ECO-label krijgen zijn minder belastend voor het milieu op het gebied van grondstoffen, energie, water, schadelijke stoffen, afval en verpakking. Met dit label probeert de EU consumenten en bedrijven bewuster te maken van hun consumptie en productie.

  • FSC is het keurmerk voor duurzame bosbouwproducten. Om het keurmerk te mogen gebruiken, moeten producenten het product laten testen door een onafhankelijke organisatie. Producenten betalen voor het mogen gebruiken van het logo.

  • Dit keurmerk geeft aan dat er geen dierproeven zijn gedaan met (ingrediënten in) dit product.

  • Producten met het Europees biologisch keurmerk voldoen aan de eisen en regels van de Europese Unie voor biologische producten. Zo moeten deze producten onder andere voor 95% bestaan uit biologische ingrediënten en mag er geen kunstmest en gangbare, chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt tijdens het productieproces. Producten met het Demeter en EKO-keurmerk voldoen ook aan de eisen van Europees biologisch keurmerk.

Beweringen en waarschuwingen

Beweringen

Soms vermeldt een etiket teksten als ‘0% parfum’, ‘hypoallergeen’, ‘geconcentreerde formule’, ‘veilig en verzorgend’, ‘actieve witkracht’, ‘extra hygiëne’, ‘100% langer fris’, ‘sensitive skin’. Dit zijn beweringen die producenten zelf op de verpakking zetten. Wil je weten of een chemische stof wel of niet in een product zit, check dan het etiket.

Op een etiket kan je ook de tekst ‘biologisch afbreekbaar (extra informatie) volgens norm 648/2004/EG’ tegenkomen. Deze vermelding geeft aan dat het product afbreekbaar is volgens de Europese Detergentenverordening 648/2004/EG. Hierin staat dat binnen Europa alle oppervlakteactieve stoffen die in was- en reinigingsmiddelen zitten biologisch afbreekbaar moeten zijn.

Waarschuwingszinnen

Op etiketten lees je vaak H- en P-zinnen. Dit zijn waarschuwingszinnen uit de Europese . H-zinnen geven gevaren, (in het Engels ‘hazards’) aan. P-zinnen geven aan dat je voorzorgsmaatregelen moet treffen (‘precautions’).

Voorbeelden van gevaaraanduidingen (H-zinnen):

  • Licht ontvlambare vloeistof of damp

  • Schadelijk bij inslikken

  • Veroorzaakt huidirritatie

  • Veroorzaakt ernstig oogletsel

  • Kan schade aan organen veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling

  • Kan dodelijk zijn als de chemische stoffen bij inslikken in de luchtwegen terechtkomen

  • Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen

Voorbeelden van voorzorgsmaatregelen (P-zinnen):

  • Buiten bereik van kinderen houden

  • Damp niet inademen

  • Niet eten, drinken of roken tijdens het gebruik van dit product

  • Niet in open vuur of op andere ontstekingsbronnen spuiten

  • Alleen buiten of in een goed geventileerde ruimte gebruiken

Gevaarsymbolen

Was- en reinigingsmiddelen hebben vaak een gevaarsymbool op hun verpakking. Een gevaarsymbool geeft bijvoorbeeld aan dat het product ontvlambaar is, bijtend of giftig. Als er geen gevaarsymbool op de verpakking staat, is het product niet ingedeeld in de categorie gevaarlijke producten. Maar ook bij het gebruik van producten zonder gevaarsymbool moet je opletten en voorzorgsmaatregelen opvolgen. Lees dus altijd het etiket en houd het product buiten bereik van kinderen.

Meer informatie over deze gevaarsymbolen vind je op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Voorbeelden van gevaarsymbolen zie je hieronder:

  • Producten die – als ze in het milieu terecht komen – schadelijk zijn voor de organismen. Deze producten kunnen bijvoorbeeld sterfte van vissen of bijen veroorzaken.

  • Sommige producten met zo'n symbool leveren bij opname via de mond of huid en bij inademen direct irritatie op, sommige producten kunnen schadelijk zijn.

  • Product heeft een vernietigend effect op lichaamsweefsels als huid, ogen en slokdarm en veroorzaakt brandwonden. Daarnaast kan het product textiel, hout en metaal aantasten.

Bewaren en weggooien

Lege verpakkingen van was- en reinigingsmiddelen kunnen bij het restafval. Wil je halfvolle verpakkingen weggooien? Doe dit dan bij het klein chemisch afval. Meer informatie over het weggooien van producten vind je op de website van Milieu Centraal.

Op het etiket van persoonlijke verzorgingsproducten kan je onderstaande symbolen tegenkomen:

Meer informatie over het weggooien van producten vind je op de website van Milieu Centraal.

  • Dit symbool, een geopend potje gevolgd door een getal en de letter M, staat voor het aantal maanden dat het product na opening houdbaar is.

  • Dit is het symbool voor klein chemisch afval (kca). Het kca-logo is afgeschaft, maar je vindt het nog wel op producten. Soms staat dit logo onterecht op een product en op sommige kca-producten ontbreekt het juist. Kijk voor de juiste informatie daarom op de website van Milieu Centraal.

  • Dit symbool betekent dat je het product niet door het toilet mag spoelen, maar moet weggooien bij het restafval.

  • Dit symbool is het Grüne Punkt logo. De Grüne Punkt geeft aan dat er door de producent is meebetaald aan de verwerking van het afval dat het verpakkingsmateriaal met zich meebrengt. Het maakt deel uit van de Duitse wet. In Duitsland moet dit logo op verpakkingen van het product staan. Producenten van producten die in Nederland op de markt komen, moeten ook verantwoordelijkheid nemen voor de verwerking van het afval van verpakkingen maar er is geen logo aan gekoppeld.