Toepassing

Wat zijn levensmiddelenkleurstoffen?

Levensmiddelenkleurstoffen zijn een groep van verschillende kleurstoffen. Ze zitten als toevoeging (voedseladditief) in levensmiddelen, zoals snoep of versieringen, om ze een kleur te geven. Daarnaast zijn levensmiddelenkleurstoffen ook aan speelgoed, zoals viltstiften, speelzand en speelmais, toegevoegd om ze te kleuren. Levensmiddelenkleurstoffen zitten ook in sommige kleurpoeders die op evenementen of festivals worden gebruikt. 

Wil je meer weten over kleurstoffen? Kijk eens bij kleurstoffen in plastic, kleurstoffen in textiel, kleurstoffen in persoonlijke verzorgingsproducten of kleurstoffen in rubber/latex

Actuele stand van zaken

Levensmiddelenkleurstoffen hebben een E-nummer. Een E-nummer is een code voor een stof die binnen de Europese Unie is goedgekeurd als in levensmiddelen. Dit betekent dat levensmiddelenkleurstoffen door de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) gecontroleerd zijn en dat het gebruik ervan als voedseladditief is. Kleurstoffen in levensmiddelen moeten als ingrediënt op de verpakking staan. 

Waar komen levensmiddelenkleurstoffen vandaan?

Levensmiddelenkleurstoffen kunnen van verschillende bronnen afkomstig zijn. Sommige kleurstoffen komen uit de natuur. Bijvoorbeeld uit planten, zoals E162 bietenrood, of uit dieren, zoals de rode kleurstof E120/karmijnzuur, afkomstig van schildluizen. Een andere bron van levensmiddelenkleurstoffen is gesteente. De witte kleurstof calciumcarbonaat (E170) komt bijvoorbeeld uit kalksteen.
Er is ook een groep levensmiddelenkleurstoffen die niet in de natuur voorkomt, maar kunstmatig in een fabriek wordt gemaakt: de azo-kleurstoffen. Deze zijn rood, geel, zwart of bruin en hebben de E102, E110, E122, E123, E124, E129, E151, E155 en E180. Azo-kleurstoffen zitten bijvoorbeeld in snoep, frisdrank en snacks.

Verplichte waarschuwing bij gebruik specifieke kleurstoffen in levensmiddelen

Er is discussie rondom bepaalde azo-kleurstoffen in levensmiddelen en de mogelijkheid dat kinderen er hyperactief van worden. In 2008 bestudeerde de EFSA een Engels onderzoek uit 2007. Dit onderzoek legt een verband tussen hyperactiviteit en een mengsel van azo-kleurstoffen (E102, E110, E122, E124 en E129), E104 (chinolinegeel) (Southampton Six) en natriumbenzoaat (E211). De EFSA vond het bewijs uit dit onderzoek onvoldoende om het gebruik van deze kleurstoffen te verbieden. Toch besloot het Europese Parlement uit voorzorg dat er een waarschuwing moest komen op het etiket van producten met de volgende kleurstoffen: tartrazine (E102), chinolinegeel (E104), zonnegeel FCF/oranjegeel S (E110), azorubine, karmozijn (E122), ponceau 4R/cochenillerood A (E124) of allurarood AC (E129). Bij deze kleurstoffen staat er op het etiket ‘Kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden’. Kijk voor meer informatie op de website van het Voedingscentrum.  

Wat zegt de wet?

Kleurstoffen die aan levensmiddelen worden toegevoegd zijn voedseladditieven. Regels over het gebruik en de toelating van additieven staan in de Europese wetgeving. De belangrijkste wetgeving is Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over levensmiddelenadditieven. Als het E-nummer in de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 staat, betekent dit dat het additief is toegelaten volgens de wetgeving en veilig is bij gebruik. Een stof krijgt pas een E-nummer als zeker is dat consumenten er niet te veel van binnenkrijgen. Per voedseladditief is daarom wettelijk geregeld in welke producten het mag zitten en in welke maximale hoeveelheid.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op naleving van de wettelijke eisen door producenten en importeurs.

Risicotoelichting

Producten met levensmiddelenkleurstof erin zijn bij veilig te gebruiken voor baby’s, kinderen en volwassenen.