Relevant voor

Toepassing

Perfluorverbindingen zijn stoffen die bijzondere eigenschappen hebben. Ze zijn bijvoorbeeld water, olie, vuil en stof afstotend. Ze kunnen goed tegen warmte en worden niet gemakkelijk aangetast door andere chemische stoffen. Voorbeelden van perfluorverbindingen zijn: PFOA/C8, PFOS, PTFE en GenX.

Perfluorverbindingen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden bij het maken van regenkleding, buitensport- en skikleding. Maar ook bij het maken van teflonpannen met een anti-aanbaklaag en bij papier met een coating, zoals bakpapier en pizzadozen. In al deze producten zitten de perfluorverbindingen als het ware vastgebonden in het materiaal waar de producten van gemaakt zijn. De perfluorverbindingen kunnen daar niet gemakkelijk uit vrijkomen. Tijdens het productieproces van deze producten kunnen de perfluorverbindingen wel vrijkomen. Ook wanneer je een product verkeerd gebruikt, kunnen er perfluorverbindingen of delen hiervan vrijkomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een pan met een anti-aanbaklaag te heet laat worden.

Soms zitten perfluorverbindingen wel los in een product. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij brandblusmiddel, ski-wax, waterafstotend impregneermiddel voor textiel of smeermiddel voor fietskettingen. 

Actuele stand van zaken

Mogelijke risico’s voor werknemers en omwonenden

Van een aantal stoffen in de groep perfluorverbindingen, zoals PFOS en PFOA, is bekend dat ze bij bepaalde concentraties effect kunnen hebben op de voortplanting en ontwikkeling, en dat ze kankerverwekkend kunnen zijn. Daarnaast zijn verschillende perfluorverbindingen niet afbreekbaar. Ze blijven aanwezig in het milieu, stapelen daar op en komen dan in lage concentraties voor in voedsel en drinkwater terecht. De concentraties zijn meestal zo laag dat dit geen invloed heeft op de gezondheid.

In sommige gevallen kunnen er door ophoping in je lichaam wel ’s ontstaan. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn voor werknemers in de industrie waar deze stoffen verwerkt worden. Maar ook voor omwonenden van de industrie, omdat ze langdurig aan de stoffen waar zorgen over bestaan zijn blootgesteld. Voor de perfluorverbindingen waar zorgen over bestaan, is langdurige blootstelling onwenselijk. Dit geldt voor iedereen, waaronder voor zwangeren, baby’s en (jonge) kinderen, omdat de stoffen een effect kunnen hebben op de ontwikkeling.

PFOA en GenX

In Nederland is de perfluorverbinding PFOA bekend vanwege de commotie die ontstaan is over de uitstoot van PFOA vanuit een fabriek van DuPont/Chemours in Dordrecht. Op dit moment wordt PFOA in deze fabriek niet meer gebruikt. Meer informatie hierover lees je op de website van het RIVM.

GenX is een nieuwe technologie die DuPont/Chemours gebruikt waarin bepaalde perfluorverbindingen gebruikt worden. Onderzoek van het RIVM laat zien dat het gebruik van GenX naar verwachting geen invloed op de gezondheid van de omwonenden heeft. Meer informatie hierover lees je op de website van het RIVM.

PTFE

De perfluorverbinding PTFE is vooral bekend onder de naam Teflon. Producenten noemen andere perfluorverbindingen met vergelijkbare eigenschappen ook Teflon. PTFE wordt gebruikt om pannen te voorzien van een anti-aanbaklaag. Vroeger werd PFOA ook aan deze laag toegevoegd, maar dit gebeurt in Europa sinds 2015 niet meer. Bij oververhitting van PTFE komen er fluorwaterstofdampen vrij. Voor mensen kunnen deze dampen irriterend zijn en griepverschijnselen veroorzaken. Vogels zijn ook gevoelig voor deze dampen en kunnen er zelfs dood aan gaan.

Maatregelen

Het gebruik van een aantal perfluorverbindingen waar zorgen over bestaan is vanwege de nadelige effecten ingeperkt. Zo is PFOS in een groot aantal toepassingen verboden binnen de Europese Unie en andere landen in de wereld. PFOA en stoffen die daarop lijken, zullen vanaf juli 2020 in Europa verboden zijn in consumentenproducten.

Risicotoelichting

Bij zijn producten met perfluorverbindingen erin . Dat komt bijvoorbeeld doordat de stoffen meestal vastzitten in het materiaal waarvan het product gemaakt is. Ze komen dus niet gemakkelijk vrij. Het kan wel gebeuren dat perfluorverbindingen in hele kleine hoeveelheden vrij komen. Echter zijn de hoeveelheden die je binnenkrijgt vanuit consumentenproducten over het algemeen zo klein, dat je je hierover geen zorgen hoeft te maken.

Als je je toch zorgen maakt over deze stoffen, kun je proberen de blootstelling eraan te verminderen. Als je geen producten koopt die gemaakt zijn uit deze stoffen, verminder je de directe blootstelling aan deze stoffen vanuit de producten die je gebruikt. Ook draag je niet bij aan de uitstoot van deze stoffen tijdens het productieproces en wordt uiteindelijk de blootstelling via drinkwater en voeding minder. Als je wilt weten of er perfluorverbindingen waar zorgen over bestaan voorkomen in een specifiek product, dan kun je dit aan de leverancier van het product vragen. Een leverancier is verplicht jou die informatie binnen 45 dagen te geven zonder dat daar kosten aan verbonden zijn.